Bestuurder heeft soms recht op billijke vergoeding, ondanks rechtsgeldig gegeven vennootschapsrechte...
Website     |     Nieuws     |     Contact

Bestuurder heeft soms recht op billijke vergoeding, ondanks rechtsgeldig gegeven vennootschapsrechtelijk ontslag

Telefoon
0313 71 20 20

E-mail
info@advocatenkantoor-dka.nl
Website
www.advocatenkantoor-dka.nl

Bestuurder heeft soms recht op billijke vergoeding, ondanks rechtsgeldig gegeven vennootschapsrechtelijk ontslag

Als er geen sprake is van een redelijke ontslaggrond kan een statutair bestuurder – anders dan een normale werknemer – alleen om een billijke vergoeding verzoeken. Het is voor een bestuurder dus in beginsel niet mogelijk om de kantonrechter te vragen de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen.

 

Indien met een statutair bestuurder van een vennootschap een arbeidsovereenkomst wordt gesloten, dan bestaat tussen de vennootschap en die bestuurder een zogenaamde dubbele rechtsbetrekking: op basis van de benoeming een vennootschapsrechtelijke en op basis van de gesloten arbeidsovereenkomst een arbeidsrechtelijke band die onafhankelijk van elkaar bestaan. De hoofdregel bij beëindiging van de vennootschapsrechtelijke band is dat ook de arbeidsovereenkomst eindigt.

 

Dit is anders indien sprake is van een opzegverbod of indien partijen anders afspreken. Bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst door de vennootschap dient sprake te zijn van een ‘redelijke ontslaggrond’. Als er geen redelijke ontslaggrond is, heeft de bestuurder recht op een billijke vergoeding.

 

Bij vonnis van de Rechtbank Noord-Holland van 16 juni 2020 (ECLI:NL:RBNHO:2020:5158) passeerde bovengenoemd juridisch kader nog eens de revue.

 

Bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding houdt de kantonrechter rekening met de omstandigheden van het geval. Bijvoorbeeld de duur van de arbeidsovereenkomst, de kansen op de arbeidsmarkt en de leeftijd van de werknemer spelen een rol. Ook het tussen partijen geldende concurrentiebeding kan in de bepaling van de hoogte van het door de werkgever te betalen bedrag worden meegenomen.

 

In bovengenoemde zaak was de rechter van mening dat er geen sprake was van een redelijke ontslaggrond. De rechter kwam dan ook tot het oordeel dat de werkgever aan de gewezen bestuurder € 90.000,00 als billijke vergoeding diende te voldoen.

 

Ondanks het rechtsgeldig vennootschapsrechtelijke ontslag dienen in de praktijk dus de mogelijke verplichtingen uit de arbeidsrechtelijke verhouding niet vergeten te worden.